Mail ons | Contact | Routebeschrijving | Disclaimer | Zoeken

Stefanie

 

    "In 2004 heb ik de LSZ al gevonden op internet, zoekend naar lotgenoten die ook zichzelf beschadigden. Ik was net uit de kliniek ontslagen maar niet genezen. Wachtend op de start van een nieuwe therapie vond ik de LSZ als ondersteuning. Ik ben lid geworden op het forum en voelde me daar thuis.

 

Gespreksgroep

Toen kwam er een berichtje te staan over de lotgenoten gespreksgroep en dit leek me wel wat. Ik heb me aangemeld en enige tijd later zat ik met een aantal lotgenoten op het kantoor in Utrecht. Bij de eerste binnenkomst op het kantoor voelde ik me al thuis. Een soort rust, ik hoefde me niet meer te verbergen.

 

De gespreksgroep heeft me zoveel gegeven, dat ik besloot vrijwilliger te worden. Al met al heeft dat nog een jaar op zich laten wachten, ik wou eerst zelf beter in mijn vel zitten. Toen ik vrijwilliger werd in 2008 hoopte ik dat ik echt wat kon gaan betekenen voor lotgenoten. Juist omdat ikzelf de waarde daarvan zelf heb kunnen ervaren. 

Met mij alles goed

Sinds 2009 zet ik me ook in bij het project 'Met mij alles goed'. Tijdens de openingen van de rondreizende expositie speel ik verborgen theater. Tijdens dit theater ga ik in gesprek met mensen over hun eigen verbinding met zelfbeschadiging. Het is bijzonder om te ervaren dat iedereen wel een litteken in zijn verleden heeft. Dat ieder mens ooit iets heeft meegemaakt dat een 'verwonding' op het hart heeft achter gelaten. Maar meestal leggen ze niet de verbinding met een litteken op je ziel en een litteken op je huid. En net als iemand die een litteken op zijn ziel heeft, wil ook iemand met een litteken op zijn huid gehoord worden. Gehoord worden in de pijn die de ziel lijdt

 

Hulpverlenersland

Het werk bij de LSZ is me erg dierbaar, al merk ik dat het werken vanuit ervaring soms niet strookt met mijn werken als therapeut. Ik merk dat er in hulpverlenersland nog zo veel kan veranderen om ons lotgenoten beter te kunnen ondersteunen. Tijdens mijn opleiding probeer ik zo veel mogelijk openheid te geven over mijn verleden, over mijn zelfbeschadiging. Door de openheid komen er gesprekken op gang, gesprekken die alleen maar ten goede komen voor de verduidelijking van het symptoom; de zelfbeschadiging.


Afwegen

In mijn persoonlijke omgeving is die openheid over mijn ervaringsdeskundigheid en mijn werk helaas iets lastiger.  Het openlijk toegeven dat je 'ziek' bent geweest, is voor hen niet acceptabel. Telkens is het weer afwegen, wat mag wel in de openheid en wat niet. En dit geldt deels ook voor mij als hulpverlener in de ggz. Want door ervaring weet ik dat niet iedere hulpverlener/instantie/manager, een ex-patiënt in dienst wilt hebben. Dan ben ik opeens niet meer de therapeut, door mijn achtergrond verdwijnen dan opeens mijn kwaliteiten, dan word ik terug gezet in de patiënten positie, een onvoorspelbaar persoon. 

Dat is ook de reden dat ik tot nu toe de interviews met tijdschriften en radio niet onder mijn volledige naam heb gedaan. Want ook al wil ik zo graag die openheid, de buitenwereld accepteert het nog niet altijd.”