Het verhaal van Beke: ‘Ik moet gewoon de storm uitzitten’

Door: Anouk van Bruggen

Ik denk dat het ergens halverwege de kunstacademie begon, toen ik een jaar of 21 was. Een vriendinnetje zei me dat ze wel een paar kilo af wilde vallen, en ik zei: ‘O grappig, ik doe wel mee.’ Zij viel wel af, ik niet. Ik vond haar altijd al mooier dan mezelf en was best wel onzeker. Vanaf dat moment begon ik anders tegen mezelf aan te kijken in de spiegel en werd het afvallen steeds obsessiever, waardoor ik een eetstoornis ontwikkelde. In die tijd ging ook mijn eerste relatie uit, dat vond ik heel heftig. Het was een samenloop van allemaal intense emoties. Ik werd depressief, voelde me losgekoppeld van de wereld en de mensen om me heen. Ik ontwikkelde de rare overtuiging dat ik een slecht mens was, dat ik het niet waard was om te leven.

Als ik boos was, deed ik mezelf al vaker pijn door op mijn been te stompen of in mijn hand te bijten, maar in die tijd werd dat erger. Ik begon mezelf te snijden. Dat zag ik denk ik als straf. Ik ben heel veel boos geweest in die tijd. Boos op mezelf, en verdrietig. Dat kon ik niet goed uiten, en dan sloeg die boosheid naar binnen toe. Er zat zoveel spanning op dat ik niet wist wat ik ermee moest, en dus beschadigde ik mezelf. Het lastige was dat ik het nergens aan kon koppelen. Ik heb geen rotjeugd gehad, ben niet mishandeld, er was niets waarvan ik dacht: ‘Hee, het is logisch dat ik hierin terecht ben gekomen.’ En toch kon ik al die grote emoties niet managen, het was allemaal één grote chaos.

Mijn ouders kregen weinig mee van mijn zelfbeschadiging, want ik woonde toen al niet meer thuis. Ik heb ze best wel op afstand gehouden, wilde niet dat ze wisten dat het niet goed met me ging. Misschien dat ik er wel met vriendinnen over probeerde te praten, maar zij wisten waarschijnlijk niet goed wat ze ermee moesten. Vaak kreeg ik het gevoel dat mensen dachten: ‘Je maakt het allemaal zo moeilijk, dat hoeft helemaal niet’. En dat is ook zo, dacht ik dan, ik weet ook niet waarom ik zo moeilijk doe, waarom ik alles zo dramatisch en groots maak. Ik snap dat het van buitenaf heel moeilijk te begrijpen is als je die gevoelens zelf niet hebt. Ik kon niet uitleggen dat ik mezelf niet in contact voelde staan met mijn omgeving. Dat het voelde alsof ik naar mezelf aan het kijken was, naar wie ik was, hoe ik praatte en wat ik deed. En dat was heel vaak niet goed.

‘Als ik in zo’n emotie zat, dacht ik: ‘Dit gaat nooit meer over’.

Uiteindelijk ben ik bij een hulpverleningsinstituut terechtgekomen. Daar ben ik anderhalf jaar lang drie dagen in de week in groepstherapie geweest, een combinatie van praatblokken en praktijk. Samen boodschappen doen, een eetdagboek bijhouden, dat soort dingen. Of we daar over de zelfbeschadiging hebben gesproken weet ik niet meer, maar wel dat het niet mocht. Dat hielp wel, want na de groepstherapie heb ik mezelf niet meer gesneden. Toch liep ik daarna nog steeds tegen dingen aan die niet lukten, tegen die grote emoties die zo kunnen stuiteren. Pas later bleek dat ik een gecombineerd beeld ADD/ADHD heb, en daardoor zijn heel veel puzzelstukjes op hun plaats gevallen. Ik neem het niemand kwalijk, maar het zou fijn zijn geweest als die diagnose eerder was gesteld.

We zijn nu zo’n twintig jaar verder en in de afgelopen jaren heb ik nog wel een keer op mijn been geslagen of in mijn hand gebeten, maar snijden doe ik niet meer. Ik heb twee goed zichtbare littekens, waarvan eentje op mijn hand. Soms vragen mensen ernaar, en dan vind ik het moeilijk om daar op een goede manier eerlijk over te zijn. Ik heb altijd het idee dat ik mensen moet geruststellen dat ik nu ok ben en dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Ik ben bang dat mensen anders met me omgaan als ik het ze vertel. Dat ik een labeltje krijg of een stempel. Terwijl er ook mensen zijn die helemaal stuk gaan in de sportschool om hun emoties kwijt te kunnen, misschien drie dagen niet kunnen lopen van de spierpijn, en dat is wel geaccepteerd. Het zou mooi zijn als mensen op die manier naar zelfbeschadiging  kunnen kijken, want dan wordt het gesprek denk ik minder beladen. Dan kun je het er samen over hebben en  een vorm zoeken die letterlijk en figuurlijk minder littekens achterlaat.

We zouden op de basisschool les moeten krijgen over het omgaan met emoties, want niemand leert je dat. Wat doe je als je zó boos bent, zó verdrietig of zó gefrustreerd dat je niet meer weet waar je het zoeken moet? Hoe deal je daar dan mee? Als ik in zo’n emotie zat, dacht ik: ‘Dit gaat nooit meer over’, en dat is zo heftig. Diezelfde intense heftigheid kan ik nog steeds ervaren, maar nu is er wel een stemmetje dat zegt: ‘Ok, het duurt misschien even, maar er komt weer iets anders.’ Twintig jaar geleden dacht ik dat die emotie de waarheid was en dan ging ik daar helemaal in mee. Nu weet ik dat het komt en gaat, en dat het ook niet per se de waarheid is. Ik moet gewoon de storm uitzitten.

De Stichting Zelfbeschadiging

De Stichting Zelfbeschadiging deelt regelmatig ervaringsverhalen omdat wij denken dat deze verhalen je hoop, vertrouwen, steun en (h)erkenning kunnen geven. Herken je dit verhaal omdat jij, je kind, partner of vriend(in) zichzelf beschadigt? Dat is vaak moeilijk voor degene die zich beschadigt en voor de mensen om hem of haar heen. Je geeft om de ander en wilt dat hij/zij gelukkig is, het is heftig om te zien dat iemand zichzelf beschadigt. Het kan dan fijn zijn om in contact te komen met mensen die hetzelfde doormaken.

De Stichting Zelfbeschadiging biedt lotgenotencontact aan via het forum en het mailmaatjescontact aan voor lotgenoten. Wij richten op het bevorderen en ondersteunen van de eigen regie en eigen kracht van mensen die zichzelf beschadigen en hun naasten. Daarbij streven we naar een klimaat waarin openheid, veiligheid, authenticiteit en acceptatie belangrijke pijlers zijn. Voor ons staat de persoon als geheel centraal met eigen kwetsbaarheden, krachten, wensen en mogelijkheden. Hiermee onderschrijven we de definitie van ‘positieve gezondheid’. Lees meer over onze visie.

Comments are closed.